Schutterij Drumband-Jachthoornkorps St.Sebastianus Laar - Weert

Geschiedenis en informatie over de schutterij

Schutterijen, schuttergilden en het ontstaan daarvan.

We moeten ver terug gaan in de geschiedenis om de eerste broederschappen tegen te komen. Al in de tijd van de INCA´s in Zuid-Amerika is er sprake van een samenwerkingsverband tussen bepaalde groepen mensen. Een broederschap kunnen we het best omschrijven als:
* een plaatselijk samenwerkingsverband van mannen en vrouwen om elkaar te helpen.
In dit verband moeten we niet alleen denken aan natuurrampen, maar ook aan roof, plundering en brandstichting.

Uit deze broederschappen (maar dan met een ander doel) zijn in onze streken de ambachtsgilden voortgekomen.

In de 13e eeuw was de ontwikkeling van de steden in volle gang. De handel en nijverheid kwam in gang. De burgers van de steden die eenzelfde ambacht uitoefenden, verenigden zich in corporaties om hun gemeenschappelijk doel veilig te stellen. Die belangen golden in de eerste plaats het ambacht. Aan de leden werden hoge eisen gesteld, met een tweeledig doel:
1. het moest het behoud van de kwaliteit waarborgen, en
2. het aantal ambachtslieden kon worden beperkt, om eventuele ongewenste konkurrentie bij voorbaat te voorkomen.
Kortom, het was een select gezelschap van vakbroeders.

De ambachtsgilden onderhielden een nauwe band met de kerk. Vrijwel ieder beroeps- of ambachtsgilde had een eigen patroonheilige en altaar in de kerk. Zo vereerden de timmerlui St.Jozef.
De ambachtsgilden hebben een grote invloed gehad op de ruimtelijke en structuele ontwikkeling van de steden.

Het begrip stad had in die tijd geen vaste betekenis. Vaak was het niet meer dan een aantal huizen gegroepeerd rondom een klooster of kasteel. Het gebied wat wij nu kennen als Noord-Brabant en Limburg was een lappendeken van grootgrondbezitters. En menigmaal kregen de bewoners een nieuwe heer, die na een onderlinge strijd bezit nam van zijn verkregen "oorlogswinst". Vaak werd door de plaatselijke heer dan ook een groep mannen aangesteld, die als opdracht kregen om de leefgemeenschap te beschutten, maar natuurlijk in hoofdzaak zijn eigen bezit.

In het einde van de 13e en in de 14e eeuw werden de grotere steden versterkt met poorttorens en stenen omwallingen. Het was algemeen gebruik dat de ambachtsgilden elke een gedeelte van de stadsmuur onder verantwoording hadden ter verdediging. Van echte bewapening was toe nog geen sprake.

Maar in de eerste helft van de 14e eeuw ontstond er steeds meer behoefte om te komen tot een geoefende burgerwacht, die niet alleen nodig waren voor bescherming, maar ook om de orde te handhaven en bij helpen van branden blussen.
Deze burgerwacht werd gevormd uit diverse leden van ambachtsgilden die bravoure uitstraalden, en die een onbesproken gedrag hadden. In principe stond deze burgerwacht aan de wieg van de schuttersgilden.
Vanwege het semi-militaire karakter werden ook diverse typische militaire aspecten uit het leger overgenomen, zowel wat organisatie betrof als de uiterlijke verschijningsvorm.

De militaire vorm nam echter in de 15e, maar vooral in de 16e eeuw weer af. Door de grote legers die werden ingezet kon de burgerwacht weinig meer uitrichten, en vanaf die tijd waren ze meer op kleinere schaal in de stad actief. Als orderbewaker, brandweer, en als erecorps bij feestelijke gebeurtenissen.

Een belangrijke datum in de geschiedenis van de gilden is 10 augustus 1566. Op die dag ontstond in Steenvoorde in West-Vlaanderen de beeldenstorm uit. In enkele weken tijd breidde die zich uit over heel België en Holland. Door de zilverroof en kapotgeslagen gildealtaren moesten veel gildeactiviteiten noodgedwongen worden beëindigd. Ook het uitbreken van de 80-Jarige Spaanse overheersing van 1568 tot 1648 kwam de gilden niet ten goede. Hoewel tegen het eind van de 80-jarige oorlog weer veel gilden werden opgericht. Maar vaak waren het dan schuttersgilden die als vermaak het papegaaischieten beoefenden.

Met de komst van de Franse revolutie op het einde van de 18e eeuw zijn wederom veel gilden verloren gegaan. Nu betrof het vooral de gilden van de ambachtslieden. Want de voorrechten die deze gilden zichzelf hadden toegeëigend waren niet in overeenstemming met de opvattingen van: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Omdat veel schuttersgilden binding hadden met de ambachtsgilden gingen ook zij mee ten onder.

Opmerkelijk is, dat vooral de overkoepelende Zuid-Brabantse gildenfederaties van nu, een gilde wat z´n ontstaan heeft na de Franse revolutie niet erkend, en daarmee niet bij de Federatie kan worden aangesloten.

Van de meeste schutterijen die wij in deze kontreien kennen, Nederlands en Belgisch Limburg, wordt gezegd dat ze de militaire kenmerken hebben ontleend aan de ontwikkelingen in de 19e eeuw.
Nadat de Franse overheersing in 1813 teniet was gedaan, werd in 1815 een wet ingesteld:
in alle steden worden als vanouds schutterijen opgericht tot behoud der inwendige rust.
De voorgeschreven sterkte was 2 schutters per 100 inwoners. Dus na vele decennia van uitsluitend folkloristische en volksvermakelijke doelstellingen, waren er nu weer officieel omschreven militaire teken voor de schutterij.
Opmerkelijk is dat deze vorm van het schutterswezen alleen in Belgisch en Nederlands Limburg en in de Achterhoek voorkomt. Dan zou als volgt te verklaren zijn: ten tijde van de heroprichting van de schutterijen in 1815 viel alles ten noorden van de lijn Weert - Venlo tot de Bataafse Republiek, later het Koninklijk Holland. Wellicht hebben de daar nog rustende schutterijen geen gehoor gegeven aan de oproep.

Maar niet voor lang, want toen enkele tientallen jaren het animo voor de militaire oefeningen afnam, verdwenen ook weer de dienstdoende schutterijen. En toen aan het einde van de 19e eeuw het Nederlandse Leger officieel in het leven werd geroepen werd de taak van de schutterijen geheel overbodig.

Wat er nu nog over is, is weer gebaseerd op folklore en vermaak.

Het schutterswezen in Belgisch en Nederlands Limburg

De schutterijen in Nederlands en Belgisch Limburg zijn georganiseerd in de Oud Limburgs Schuttersfederatie, kortweg OLS. Dat zijn er zo´n 170. 1 Keer per jaar komen zij tezamen op het Oud Limburgs Schuttersfeest, altijd de eerste zondag van juli. Op dit feest strijden zijn om de prijzen in de optocht, muziekwedstrijden, koningen, vendelzwaaien, marketentsters, enz. Maar de hoogste eer is toch wel het winnen ven het OLS. Per vereniging worden de 6 beste schutters afgevaardigd die de eer niet alleen namens de vereniging, maar ook namens de gehele gemeenschap moeten verdedigen.

Met een Oud Limburgse Schuttersbuks wordt geschoten op een hark waar per vereniging 18 stopjes staan. Elke schutter mag drie keer schieten. Indien alle schutters alles raak hebben, krijgen ze opnieuw een rij van 18 stopjes ter beschikking, net zo lang, totdat er een vereniging overblijft, die geen misser heeft. Vaak duurt dit 2 à 3 dagen. In de geschiedenis van onze vereniging is het 1 keer voorgekomen dat we 2e zijn geworden, in 1962 in Kaulille.
Het organiseren van zo´n groot schuttersfeest is een hele klus. Er komen ± 10.000 schutters bij elkaar, en nog zo´n 50.000 bezoekers. Meer informatie over het OLS is te vinden op Wikipedia

Per regio zijn er ook nog kleinere schuttersbonden, die echter wel allemaal onder de OLS federatie vallen. Onze bond, Eendracht Maakt Macht Weert of kortweg de EMM, telt 27 verenigingen die 5 keer per jaar bij elkaar komen op een schuttersfeest wat bij toerbeurt wordt georganiseerd. Zij strijden met elkaar in een soort competitie op alle onderdelen die het schutterswezen rijk is. Dit is niet alleen een wedstrijd op zich, maar tevens een goede voorbereiding op het Oud Limburgs Schuttersfeest.

Het schieten

Iedere schutterij heeft zijn eigen geweer, de Oud Limburgse Schuttersbuks. Sommige verenigingen hebben er 2 of 3, afhankelijk van het aantal zestallen waar mee wordt geschoten. Alle geweren zijn grotendeels handwerk. Omdat het zo specialistisch werk is zijn er maar enkele geweermakers die deze techniek goed onder knie hebben. Onze geweren komen van Math Janssen uit St.Odiliënberg. Na diens overlijden in 1999 heeft Michel Hendrix uit Lottum het overgenomen. Het geweer is ongeveer 1m70 lang en weegt zo'n 16 kg.

Geweerkrant.jpg

In bovenstaande afbeelding (uit dagblad "De Limburger") staan alle onderdelen genoemd die van belang zijn bij het richten.

De munitie bestaat uit een koperen huls, een slaghoedje, kruit en een loden kogel. De huls wordt telkens op nieuw gebruikt. Voor elke schot komt er een nieuw slaghoedje in, daarna een afgemeten hoeveelheid kruit en vervolgens wordt de loden kogel van ± 33 gram er in geperst. Deze kogels worden door de schutterijen zelf gegoten van gesmolten lood.


Munitiekrant.jpg


Doordat onder in de huls kruit zit, en de slagpen van het geweer het slaghoedje tot ontsteking brengt, ontstaat er een kleine ontploffing waardoor de kogel wordt weggeschoten. Door de snelheid kan de afstand wel 500 à 600 meter bedragen. Achter de schietbomen is een schootsveld ter beschikking wat 700 meter diep, en 500 meter breed is, afgeschermd door borden.

Op de volgende foto's wordt het laden van de hulzen weergegeven.

Laadapparaat.jpgSlaghoedjes.jpgKruit.jpg

Met behulp van het laadapparaat worden de gebruikte slaghoedjes uit de huls verwijderd en het nieuwe slaghoedje er in geperst. Daarna komt er een afgewogen hoeveelheid kruit in. Als laatste wordt de kogel er in geperst. In de groeven wordt wat vet gedaan om de loop van het geweer tijdens het schot te smeren.

Vervolgens staat een volle lade met hulzen gereed om door de schutters gebruikt te worden.

Hulzenlade.jpgKogels.jpg

Oud Limburgs Schuttersfeest

Het hoogtepunt voor veel schutterijen in Nederlands en Belgisch Limburgs is ongetwijfeld het OLS, Oud Limburgs Schuttersfeest. Ook voor schutterij St.Sebastianus. En met wisselend succes is daaraan deelgenomen. Vaak was het bij het eerste schot al mis, zoals in 1986 in Stramproy. Naar ook regelmatig hebben we kleine en grote successen gekend.

Het meest spraakmakende, en vooral bij de oudere inwoners van Laar nog heel goed bekend, was het succes op het OLS in 1962 in Kaulille. Hier werd het hoogste resultaat ooit behaald op door St.Sebastianus op een 'n OLS: de tweede prijs. De eer moest helaas worden gelaten aan St.Barbara Leveroy. Maar de 2e prijs gaf recht op een medaille van Prins Bernhard en Bfr 3500. Er waren toen 10 zestallen met 18 punten (tegenwoordig vaak 70, 80, of nog meer). De schutters die toen in het succesvolle zestal stonden waren: Neer Scheepers, Mies Rademakers, Thieu Smolenaers, Guul Rademakers, Gebbel Heymans en Harrie Ramaekers.

Dat dit geen uitschieter was, bewezen ze de jaren er na. In 1963 werd in Leveroy de 7e prijs behaald, en in 1966 in Stramproy de 3e prijs. In 1970 werd in Louwel Opglabbeek België de 12e prijs behaald. Ook de laatste jaren kan men op het OLS enkele suksesjes boeken. In 1989, 1992, 1997, 2000, 2001, 2003, 2006 en 2007 werd de finale ronde behaald (op de zaterdag na het OLS een extra kaveldag). In Kelpen werd in 1992 de 18e prijs behaald. En in 1997 in Kaulille de 5e prijs. In 2003 in Kessenich behaalde de zes schutters de 17e plaats.

Oprichting

De oprichting van schutterij St.Sebastianus (of zoals uit oude stukken blijkt, ook wel eens St.Sebastiaan genoemd), is een vermakelijk verhaal. Op het eind van de vorige eeuw hadden een aantal inwoners van Laar het plan opgevat om een fanfare op te richten. Dat waren de volgende personen: Giliam, Harry, Jacob, Naard en Sander Scheepens, Bert en Harry van Tulden, Jan Seerden, Mathias Doré (Tieske de Wever), Jacob Cuppens (Drieëne Koeëeb), Pier en Antoon Cuppens (van Drieëne Janke), Pier Wulms (Huube Pierke) en Ties van Bree (Ties van de Bot).

Als zij 's avond van hun werk huiswaarts keerden, werd er op namaak instrumenten geblazen, zoals takken en wortels van bomen. Dit beviel hen zo goed, dat ze op de zaterdag van Biest Kermis in 1883 richting stad (Weert) togen, om de prijs op te vragen van echte instrumenten. Voor de gelegenheid hadden ze hun namaak instrumenten omwikkeld met zilverpapier. In de stad aangekomen kregen ze echter een flinke domper te verwerken. De prijs voor de instrumenten was zo duur, dat ze dat met hun karig loontje nooit konden betalen. Om hun verdriet enigszins te verzachten, besloten ze maar om aan te leggen bij café de Houterd. Onder het verorberen van het nodige gerstenat, kwamen ze tot de conclusie dat een fanfare toch wat te hoog gegrepen was. Om toch iets gezamenlijk te ondernemen, werd voorgesteld om een schutterij op te richten, of zoals men toentertijd sprak: een schuttersgilde. In licht beschonken staat werd in optocht de reis naar Laar aanvaardt, vooropgegaan door een tamboer-maître met een bonenstaak, die als tamboer-maîtrestok moest fungeren.
Huube Pierke (Pier Wulms) bezat een café, De Ster geheten, op de hoek van de Laarderweg en Rietstraat, de Toomp. Daar, in het eerste clublokaal, werd de schutterij officieel opgericht, met Sander Scheepens als eerste voorzitter.

Schietboom
De schietboom werd geplaatst bij de kuil (Aole Driek Koel) tussen D.Greijmans (Aole Driek) en J.Kiggen (Baks Sjaak). Laar bezat vroeger diverse cafés. Een ervan was van J.Kiggen (Baks Perjân). Hij had een schild boven de deur hangen waarop een hond en een hert met de voorpoten tegen elkaar stonden, met de spreuk: "Men moet zijn vijand liefhebben". In de beginjaren wisselde de schutterij nogal eens van clublokaal. De kastelein, welke de meeste ankers bier (een anker bevatte vijf liter) gaf, kon het schuttersgilde opeisen. Bekend is dat het clublokaal ook is geweest bij het café van Adriaen Timmermans, welke een schild boven de deur voerde, waarop stond: "Wie vermoeid is van het gaan, ruste uit in café Sebastiaen". Ook werd de schietboom geplaatst bij café "Onder de Linden" van Bertje Vleeshouwers (Adamme Bertje), het huidige café Beej Bertje. Daar heeft de schietboom gestaan tot 1956, waarna hij werd verplaatst naar de huidige plaats. De eerste koning van de schutterij, in 1884, was Bert van Tulden. Hij, samen met zijn broer Harry een van de oprichters, woonden tegenover Geurten Driekske, later de schuur van Zieben Pierke aan de huidige Rakerstraat.

Constitueren van de schutterij.
In 1885 werd de schutterij geconstitueerd (wettig ingesteld) getuige een bericht in het Kanton van Weert, d.d. 24-02-1885. De gepubliceerde tekst luidde:
"Op Laar heeft zich de Schutterij "St.Sebastiaan" geconstitueerd. Bij gelegenheid van de Vastenavondvermakelijkheden hebben de leden, vooraf gegaan door de fanfare St.Anthonius, onder bescherming van drapeau, en gevolgd door enige ruiters, een optocht door de stad gemaakt om eene aubade te brengen bij den heer Wouters, fungerend burgemeester."
De heer Scheepens gaf in welgekozen woorden het doel van hun bezoek te kennen, waarop de heer Wouters het nieuwe gezelschap dankte voor de eer hem aangedaan en hetzelve een lang en vriendschappelijk bestaan toewenschte. Na het volkslied te hebben gespeeld, trok de stoet in beste orde naar Laar terug.

Periode 1900-1945

Onder voorzitterschap van Th.Driessens (Theidoer van de bakker) van 1900 tot 1918, maakte de schutterij een goede tijd door. Hij zorgde er voor dat de schutterij een zware buks kreeg, ter vervanging van het lichter schiet materiaal. Andere bekende, en stuwende krachten achter de vereniging waren toe: Fr.Driessens (Frens van de Werf) J.en P.Greijmans (Sjang en Pierre van Rutte), H.Teeuwen (Nölle Harry), G.Sonnemans (Katte Graad), A.Stals (Bert Stals) en A.v.d.Heuvel (Katte Nol).

Zeker niet te vergeten uit die tijd, was de bekende pater Luchesius Moeskops ofm. Hij was directeur van de Derde Orde op Laar, en een vurig supporter van de schutterij. Op een gedenkwaardige feestdag in 1912 (wat voor feestdag is niet bekend) klom hij op een stapel hout bij de fam. Greijmans, (Rutte, gelegen op de hoek van de huidige wegen Aldenheerd en Bosstraat) om te kijken of de schutterij er al aankwam. Op een gegeven moment zwaaide hij met zijn armen in de lucht, en onder de kreet: "Daar komen de schutters", stortte de wankele houtstapel, samen met de pater en enkele andere personen, onder grote hilariteit in elkaar. Hij was zo enthousiast over de schutterij, dat hij op de wijs van het Limburgs Volkslied een schutterslied dichte van 4 strofen.

Tussen 1925 en 1945 werd er op de vergaderingen gestemd met bonen. Indien men voor was, werd de witte boon in de hoed van de voorzitter deponeerde, indien met tegen was een bruine boon. Dit gebruik werd onder voorzitterschap van H.v.d.Varst (Harry van de Smeed) afgeschaft. Hij schreef een nieuw reglement, wat tot 1973 werd gehanteerd. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog telde de schutterij 21 leden. In 1939 moest i.v.m. de internationale toestand de buks en munitie worden ingeleverd. Besloten werd, om ook de contributieplicht tijdelijk te laten vervallen.

Jaren 1945-Heden

Op 01 juni 1945 kreeg men de buks weer terug, en bij de afwezigheid van 3 leden werd de draad van voor de oorlog weer opgepakt. Het jaarlijkse feest b.g.v. de patroonheilige werd gevierd d.m.v. een teeravond. Echter in 1951 werd hiervan afgezien, aangezien het geld beter besteed kon worden aan een nieuwe buks, welk in 1952 werd gekocht, voor een bedrag van fl 900,00.

De beginjaren na de oorlog kenmerkten zich door het veelvuldig wisselen van de voorzitters hamer.
Tot de komst van Mies Rademakers in 1955 voor enige rust zorgde. In dat jaar werd ook begonnen met een lompen en oud ijzer actie om de kas te spekken. Dit zou een jaarlijks terugkerende gebeurtenis zijn. In datzelfde jaar werd door de leden van de schutterij zelfs 2 keer een toneelavond verzorgd met als titel: Amor en de rooie kater, en de truc van Tinus. Hiermee toonden ze aan dat wat meer konden dan schieten alleen.

Uniform
Tot deze tijd, had de schutterij nog steeds geen officieel uniform. Het enige dat ze hadden was een sjerp en pet, en een simpel uniform voor tamboer-maître en commandant. In 1957 werd de contributie verhoogd, van fl 0,75 naar fl 1,00 per maand, om de nieuwe uniformen te kunnen aanschaffen. En er werd een uniformenfonds ingesteld. De teeravond ging wederom niet door, en mede daardoor kon het 75-jarig bestaan in 1958 worden gevierd in de nieuwe uniformen: een pet of baretten, koorden en een broek. Totale kosten: fl 1215,35. Op 04 mei was het zover: trots toonde de jubilerende schutterij de nieuwe uitmonstering aan de inwoners van Laar en in een stampvolle kerk werden de uniformen door pastoor Deckers ingezegend. De feestdag werd voorgezet met een receptie, en druk bezocht schuttersfeest. Daarbij werd de persoonlijke titelstrijd gewonnen door Neer Scheepers.
Na het eerste uniform in 1958, zouden er nog 5 verschillende uniformen volgen, waarbij het laatste uit 2004 stamt.

Vaandel
In 1960 wordt op Beloken Pasen het nieuwe vaandel ingezegend, dat nog steeds bij elke gelegenheid trots wordt meegedragen. De financiële acties varieerden regelmatig. Men deed van alles om te kas te spekken. In 1963 werden er bij gelegenheid van het 80-jarig bestaan bierglazen verkocht. Er werd enkele jaren achter elkaar in november een fancy fair georganiseerd. Er werden zelfs ooit bieten geteeld. Recentelijk werd er enkele jaren achter elkaar een Oktoberfeest gehouden. En nog steeds wordt er jaarlijks een loterij georganiseerd.

100-Jarig jubileum
Een mijlpaal in de geschiedenis is de viering van het 100-jarig bestaan in 1983. Een feestcomité had een 5-daags festijn op poten gezet, voor elk wat wils. Op woensdag 10 augustus werd begonnen met een kindermiddag, donderdag 11 augustus was er een middag voor de bejaarden. Op vrijdag 12 augustus werden de nieuwe uniformen gepresenteerd, en werd de jubilerende vereniging een zeer druk bezochte receptie aangeboden. Op zaterdag was er een Dorpsschuttersfeest met feestavond, en op zondag 14 augustus werd het feest afgesloten met een groot schuttersfeest met 28 deelnemende verenigingen.

Inmiddels was het voorzitterschap in 1967 overgenomen door Neer Scheepers, welke na een lange periode van stabiliteit in de vereniging, in 1984 werd opgevolgd door de huidige voorzitter, Henk Sijben.

Hout bempt
Sinds 1989 heeft schutterij St.Sebastianus een eigen schietterrein, de Hout bempt. In het kader van de ruilverkaveling bleef achter de schietboom een strook land liggen en mede door de inbreng van een eigen stuk grond, konden ze beschikken over een prachtig terrein. Geheel in eigen beheer en door de eigen leden werd er een houten schuilaccommodatie op gebouwd en 2 schietbomen geplaatst. Momenteel is het een gezellig schietterrein waar het tijdens oefenavonden of tijdens schietwedstrijden goed toeven is.

De schutterij telt op het ogenblik ongeveer 75 leden, en bij gelegenheid van het 110-jarig bestaan in 1993 werd voor het eerst de marketentstergroep gepresenteerd. Mede dankzij de grote aantallen jeugdleden welke we laatste jaren kunnen verwelkomen zien wij de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Sinds enkele jaren bestaat er de mogelijkheid voor personen die de schutterij willen steunen om lid te worden van de Vrienden van St.Sebastianus. Voor € 50,00 per jaar krijg je een aparte status binnen de vereniging. De leden van de Vrienden van St.Sebastianus worden geen lid volgens het huishoudelijk reglement, maar kunnen wel deelnemen aan verschillende activiteiten, zoals drietal schieten met barbecue, feestavond, schietoefening, dorpsschuttersfeest. En dat deze formule aanslaat blijkt wel uit het steeds stijgend ledenaantal.

Ook heeft St.Sebastianus een eigen clubblad: het Sebastiaanskoerierke. Het verschijnt ± 10x per jaar. Er staan artikelen in over uitslagen van wedstrijden, toekomstige activiteiten en andere wetenswaardigheden van de schutterij.

Schuttersfeesten

Een van de eerste, of misschien wel het eerste schuttersfeest wat St.Sebastianus organiseerde, was in augustus 1888. De eerste prijs werd toen behaald door St.Job Leuken. In 1896 werd, mede door inbreng van de schutters van Laar, de Kantonnale Bond Eendracht Maakt Macht opgericht. De vertegenwoordiger in het bestuur namens St.Sebastianus was H.Vleeshouwers (Adamme Bertje). Laar is, met onderbreking van een periode van 2 jaar van 1928 tot 1930, altijd lid geweest van deze bond. In 1915 organiseerde de schutterij het 38e Bondsschuttersfeest. Daartoe kwamen de aangesloten verenigingen bij elkaar in het café van Jos Driessens op de Biest. Na de loting ging het in optocht via de stad naar Laar.

In 1922 heeft de schutterij deelgenomen aan een schuttersfeest voor de woning van de toenmalige burgemeester van Weert, dhr. Kolkman en behaalde de eerste prijs, zijnde fl 100,00 en een gouden medaille.
M.Smolenaers (Thieu van de Loo) behaalde de kampioensprijs. Er werd toen flink gefeest, zo erg zelfs, dat bij het naar huis gaan de schuttersbuks werd vergeten.

In 1923 werd onder voorzitterschap van J.Smolenaers (Giertjes Sjef) het 40-jarig bestaand van de schutterij gevierd. Bij gelegenheid daarvan werd er wederom een schuttersfeest georganiseerd.

In 1947 mochten zij, na loting, het 50-jarig bestaansfeest van de bond EMM organiseren. Na deling met de andere deelnemende schutterijen, bleven ze echter zitten met een nadelig saldo van fl 134,05, dit ondanks dat het feest naar wens was verlopen....

Vele jaren achter elkaar heeft de wei bij Oale Sjang (Sjang Greijmans) als feestterrein gefungeerd bij de organisatie van een schuttersfeest. Na enkele jaren uitgeweken te zijn naar de Heugterbroekdijk, is in 1992 de draad weer opgepakt, om het schuttersfeest in het centrum van Laar te organiseren. En wederom in dezelfde wei, nu eigendom van Paas Jan (J.v.d.Hurck).